‘Op mijn eerste dag hier zeiden ze: “Een vestiging van IKEA wil van het gas af, op een plek met netcongestie. Hoe kunnen we ze helpen?” Zo’n uitdaging was nu precies waarvoor ik naar Halmos wilde’, vertelt David Henk.
‘Ik kwam van een klein adviesbureau. Het was een goede werkgever, ik werkte er zeven jaar. Tachtig procent van de portefeuille bestond uit scholen. Zeker interessant, maar ik wilde toch vaker voor andere marktsegmenten werken.’
Je koos opnieuw voor een klein bedrijf.
‘Ik heb bij grote en kleine bedrijven gekeken voor ik Halmos koos. Belangrijk voor mij is dat Halmos ontwerpt, adviseert, innoveert en begeleidt. En op dat vlak hebben we zeker zo’n goede reputatie als vergelijkbare afdelingen van heel grote bedrijven.’
Wat was je allereerste indruk?
‘Ik zit ruim vijftien jaar in het vak, maar toen ik hier twee directeuren voor het eerst sprak, merkte ik direct: van hen kan ik nog wat leren. En ik was ook enthousiast over het monumentale pand waarin Halmos zit.’
En meer marktsegmenten bedienen, is dat nu gelukt?
‘Zeker! Verduurzamen van kantoren op Schiphol. Twee nieuw te bouwen woontorens in Den Haag. Een nieuwbouwschool, waarvan ik zelf de tender heb gewonnen. Verduurzaming van monumentale panden in Amsterdam. En dus die IKEA.’
Kon je ‘afkijken’ van andere IKEA-vestigingen?
‘Nee, dit is echt iets unieks, in Limburg, in de buurt van de vroegere kolenmijnen. Een eigen warmte-koudeopslag is daar niet mogelijk. Die mijnen vormen een heel groot netwerk en dat is volgelopen met water. Inmiddels wordt dat gebruikt als wko. En daar kan deze ene IKEA ook gebruik van maken. Er is nog wel elektriciteit nodig om bij te verwarmen, maar veel minder dan met bijvoorbeeld luchtwarmtepompen. De werkzaamheden zijn net begonnen. Ik ga er elke twee weken heen om dat te begeleiden.’
Je komt dus in nieuwe werelden. Heb je daar begeleiding bij?
‘Ik kan gelukkig zelfstandig aan de slag, maar af en toe heb ik vragen. Mijn collega’s weten veel. Niet alleen van het vak, ze werken hier ook al heel lang voor vaste klanten als Schiphol en IKEA. Dus ik stel hen vragen en krijg altijd snel antwoord. Daarmee kan ik weer verder. Ook vind ik het fijn om te sparren met collega’s. Dat is voor mij voldoende.’
Is het contact met je collega’s vooral zakelijk, of wordt er ook gelachen?
‘Gelachen? Absoluut! Iedere dag. Als er iets ongemakkelijks gebeurt, maakt iemand er een grap over. Ook als het druk is. Dat werkt heel ontspannend. De sfeer is hier sowieso informeel, vriendelijk. We praten met elkaar zoals je met vrienden doet.’
Mag ik ook iets persoonlijks vragen?
‘Ja hoor.’
Begrijp ik goed dat Henk je achternaam is? Ik hoor dat nooit.
‘Toen mensen hier een achternaam moesten kiezen, zei één van mijn voorouders blijkbaar Henk, wat misschien de naam van zijn vader was.’
Henk klinkt Hollands; toch praat je met een licht accent.
‘Mijn voorouders woonden wel hier, maar ik ben geboren in Boedapest.’
O, echt? De oprichter van Halmos komt ook uit Hongarije.
‘Heb ik uiteraard gehoord, maar ik ken hem niet. Hij schijnt op hoge leeftijd te zijn. Sommige oudere collega’s hebben hem nog meegemaakt en praten wel eens over meneer Halmos.’